Blog #2: Kapot

Aan het einde van de dag loop ik met zijn vaste begeleider nog even bij hem langs. Ik wil hem nog vertellen dat het goed is om zijn maandelijkse injectie toch te nemen. Dat zijn hoofd er helderder van wordt. Dat hebben we gezien.

Hij reageert niet op ons kloppen en we gaan voorzichtig naar binnen. Boris is een flinke man met een klein hartje. Met zijn wilde gebaren en kreten kan hij soms toch een indrukwekkende verschijning zijn. De kamer is donker en Boris zit met zijn kale hoofd tussen zijn handen op de rand van het bed. Hij reageert bijna niet als we hem zachtjes aanspreken.

We doen het licht aan zodat al zijn volledig met woeste tekeningen bedekte muren in al hun glorie zichtbaar worden. Russische graffiti, vrachtwagens en onbegrijpelijke teksten sieren alle muren en deuren. Aan het begin van de opname waren het bloederige messen en “Kalasjnikovs”, volgens Boris de beste wapens ter wereld waar hij nooit een vlieg mee kwaad zou willen doen. Op verzoek en na een eerste verfbeurt van de facilitaire dienst staan er nu Russische teksten op de muur. Misschien staat er iets vreselijks – het is voor ons onleesbaar, maar het oogt in ieder geval beter.

We blijven tegen Boris praten en raken hem aan. Hij kijkt. Zijn ogen vol angst, zijn bewegingen bevroren. Van alles schiet er door mijn hoofd als ik hem zie. Drugs, geruilde pillen, een hersenbloeding? Boris kan geen verklaring geven. Praten lukt nauwelijks. Bloeddruk en hartslag in orde, dat stelt gerust. In zijn veertigjarig bestaan is er heel veel drank en drugs doorheen gegaan, hij moet een sterk lichaam hebben. Russische makelij.

“Mijn borstkas is van plastic en ik ben doorzeefd met 1000 kogels,” mompelt hij. “Mijn arm doet het niet meer en ik ben helemaal kapot van binnen. Ik heb de kanker aan mijn benen genezen met wodka. Mijn ogen willen niet bewegen in mijn kassen.” Hij trilt. Zijn begeleider gaat naast hem zitten en slaat zijn armen om hem heen. De tranen beginnen uit zijn ogen over zijn wangen te stromen. “Ik heb zo veel zorgen en geen huis meer.”

Van de boosheid over het feit dat de woningbouwvereniging op het laatste moment hem toch niet die 1-kamerwoning wilde geven vanwege een verwaarloosbare huurachterstand is niets meer over. Immens groot is het verdriet.

De volgende dag springt hij weer over de afdeling. Troost, aandacht en een hele goede nacht slapen hebben geholpen. “Ik was helemaal kapot,” verklaart hij. “Ik zat vast maar ben weer los gekomen.”

In verband met privacy is de naam in deze blog gefingeerd.


Video: Werken bij Inforsa


Samen sterk
in de stad.
ISO 9001 HKZ

Disclaimer | Privacy- en Cookiebeleid | © 2021 Werken bij Arkin - Alle rechten voorbehouden | Realisatie: Lemon

Arkin