Blog #7: Vet vast

Hij is nog geen 24 jaar oud en naar eigen zeggen “minstens 40 kilo” te zwaar door het stoppen met speed en het gebruik van anti-psychotica. “Maar ik denk dat ik nu ook wel de drugs vervangen heb door eten,” verzucht hij als hij zes witte boterhammen met dubbel beleg klaar heeft gemaakt.

Zijn leeftijd, zijn vrolijke hoofd met de zorgelijke ogen, zijn wat ouwelijke sloffende loop en zijn vriendelijke manier van contact maken geven hem een enorm grote gunfactor bij iedereen op de afdeling. Hij roept zorg op, ook bij de medepatiënten. Ze bekommeren zich om zijn kleding, geven hem complimentjes en proberen hem soms voor hun karretje te spannen. Maar daar trapt hij niet in.

Zijn gescheiden ouders wonen in het diepe zuiden en komen mede door geldgebrek nauwelijks op bezoek. Hij heeft leren berusten, al maakt de heimwee hem soms ziek.

“Ik zit nu al 6 jaar vet vast, Saskia, ik ben gehospitaliseerd,” zegt hij monter tijdens één van de vele ommetjes die we buiten de kliniek maken. Een rondje langs het water om de denkbeeldige hond uit te laten en de zinnen meer vanzelf te laten komen. We kijken wat om ons heen en niet zo naar elkaar. Zwijgen is ook goed, we lopen wel.
“Ik ben al zo lang binnen dat ‘vet vast’ geen goed stopwoord meer is maar ik weet niet wat ik dan nu wel moet gebruiken. Volgens de psychiater ben ik zo verslaafd aan drugs dat ik de bakstenen wel uit de straat kan snuiven.” Hij moet grinniken om deze beeldspraak en ik bemerk iets van trots.

Als hij over drugs gaat praten gaan zijn ogen glimmen. Hij trekt zijn schouders naar achteren en hij richt zich op, de woorden komen sneller uit zich mond. Dit is zijn onderwerp en was zijn wereld.

“Het is zo verschrikkelijk lekker,” verzucht hij. “Na een snuif was ik gelijk verkocht.” Maar echt onder de indruk van de bijna-doodervaringen die hij had door de drugs is hij niet. Zijn omgeving wel. Hij waardeert het wel dat er geprobeerd wordt van hem een ‘gewone’ jongen te maken. “Begeleid wonen, mijn familie zien, gamen en een meisje” dreunt hij bijna plichtmatig op als we het over zijn toekomstwensen hebben. Hij heeft nog nooit een vriendinnetje gehad, gok ik voorzichtig.

Hoe kan een psychiatrische kliniek nou opboksen tegen het paradijs wat achter de slagboom ligt? De dealers staan al klaar om deze kwetsbare weer in hun netten te vangen.

Een bezoek aan het dierenasiel waar hij dagbesteding kan gaan doen lijkt een heel klein wonder te verrichten. “Ze hebben daar dus gewoon een Husky, super vet gaaf, wat een lief beest.” Ik zie zijn ogen een beetje glimmen en zijn schouders lijken zich ook weer iets te rechten.

Voorbij de slagboom ligt de echte wereld; tenminste, als hij de dealers van zich af kan schudden.


Video: Werken bij Inforsa


Samen sterk
in de stad.
ISO 9001 HKZ

Disclaimer | Privacy- en Cookiebeleid | © 2021 Werken bij Arkin - Alle rechten voorbehouden | Realisatie: Lemon

Arkin